I PURITANI

I Puritani, opera in drie bedrijven van Vincenzo Bellini op een tekst van Carlo Pepoli naar  Walter Scott. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in het Théâtre des Italiens te Parijs op 25 januari 1835. Bijgewoonde voorstelling door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège op 20 juni 2019.

Elvira: Zuzana Marková
Lord Arturo Talbo: Lawrence Brownlee
Sir Riccardo Forth: Mario Cassi
Lord Gualtiero Walton: Alexei Gorbatchev
Sir Giorgio: Luca Dall’Amico
Sir Bruno Roberton: Zeno Popescu
Enrichetta di Francia: Alexise Yerna

Choeur et Orchestre de l’Opéra Royal de Wallonie

Dirigent: Speranza Scappucci
Regie: Vincent Boussard

Muzikaal:
Scenisch:

I Puritani is niet alleen één van de mooiste belcanto-opera’s, het is ook een van de moeilijkste om te casten. De première werd gezongen door Giulia Grisi, Giovanni Rubini, Antonio Tamburini en Luigi Lablache, die de geschiedenis ingingen als het “Puritani-kwartet”. Het is dan ook voor elk theater een echte uitdaging om het werk op de planken te brengen. De Luikse opera koos voor een coproductie met de Oper Frankfurt die we al eerder in Opera Gazet bespraken.

Muzikaal gezien zijn de voorstellingen in Luik echter bijzonder interessant. Het is één van de zeldzame keren dat gebruik wordt gemaakt van de nieuwste kritische versie van de partituur van de hand van Fabrizio Della Seta. Dit maakte dat de voorstelling een paar stukken muziek bevatte, die we nog slechts één keer eerder hoorden tijdens een voorstelling in de Nederlandse Opera:

– Een terzetto Enrichetta – Arturo – Riccardo in het eerste bedrijf;
– Een uitbreiding van het duet Arturo – Elvira in het derde bedrijf;
– Een ons onbekend duet Arturo – Elvira aan het eind van de opera.

Vooral het terzetto uit het eerste bedrijf is van een ongekende schoonheid maar ook de andere twee duetten zijn de moeite waard om uitgevoerd te worden. Het bezorgde ons zowat drie uur ononderbroken luisterplezier. Voor de rest was de voorstelling in Luik ook nog zowat 20 minuten langer dan wat we in Frankfurt hoorden omdat werkelijk alle muziek uitgevoerd werd, inclusief herhalingen en recitatieven. Het moet gezegd dat de voorstelling desondanks muzikaal op geen enkel moment verveelde.

Zoals gezegd zagen we deze productie onlangs in Frankfurt. Omdat onze indrukken over de regie na het zien van de voorstelling in Luik niet wijzigde zijn we zo vrij ze hierna grotendeels te hernemen. In het Luikse programma stond trouwens een toelichting van niet minder dan drie bladzijden (dat is meer dan wat er over Bellini en I puritani samen geschreven werd) voor de enscenering en zelfs dat hielp niet om veel van wat we zagen te begrijpen.

Welke meerwaarde biedt het zogenaamde moderne regietheater voor het belcanto-repertoire ? Niet veel in onze ervaring en Vincent Boussard doet er alles aan om dit gevoel te bevestigen. Hij ensceneert I Puritani in de periode waarin het werk gecomponeerd werd (geeuw !) en ziet Arturo en Bellini als één en dezelfde persoon (rokkenjager) (geeuw !!). De opera wordt vervolgens gepresenteerd als theater in het theater (geeuw !!!) waarbij de solisten eigenlijk, gekleed in vroeg negentiende-eeuwse kostuums inclusief de hoge hoeden, ter ere van Bellini een soort van kameroperaversie van I Puritani in een Parijs salon spelen.

Maar eigenlijk wordt dit pas aan het einde van de voorstelling duidelijk wanneer Arturo door Elvira neergestoken wordt, vervolgens terug opstaat om applaus van een fictief publiek in ontvangst te nemen om dan tenslotte het slotduet te zingen. Gecombineerd met een aartslelijk decor, een productie om snel te vergeten. Terzijde opgemerkt deed deze enscenering ons sterk denken aan een andere productie die we zowat tien jaar geleden in Essen bijwoonden en waar Stefan Herheim met grotendeels dezelfde ideeën een gans ander resultaat wist te bereiken.

Een nodeloos modern toneelbeeld is natuurlijk iets wat we ondertussen al gewend zijn maar er is iets wat ons nog veel meer stoort: een regie die het de solisten moeilijk maakt om deze toch al niet zo eenvoudige muziek in optimale omstandigheden te brengen. En laat Boussard hier nu net zwaar in de fout gaan: zangers die achteraan op de scène, al dan niet op een ladder, hun aria’s moeten zingen gaat in tegen alle logica. Maar wanneer tijdens drie vierden van de opera gezongen wordt van achter een doorzichtig doek waarop geprojecteerd wordt, waardoor de projectie van de stemmen gehinderd wordt zijn wat ons betreft alle grenzen van de redelijkheid overschreden.

Net als in Frankfurt zong de jonge Tsjechische sopraan Zuzana Markova de rol van Elvira. De stem blijft aan de kleine kant maar wist in de kleinere Luikse zaal duidelijk beter haar weg te vinden dan in de Oper Frankfurt. Ze wist opnieuw met zuivere coloraturen en enkele originele cadensen te overtuigen. Helaas mist ze toch wat de verwachte zuivere hoge noten die het publiek in extase kunnen brengen.

Dat de Italiaanse bariton Mario Cassi een stem heeft, bewees hij al aan het begin van het seizoen in Il trovatore. Dat een grote stem niet volstaat om de verfijnde legatolijnen van Bellini te zingen bleek tijdens deze voorstelling als Riccardo Forth. De aria aan het begin van de opera werd zo een zootje waarbij hij ook niet echt geholpen werd door de dirigente. Het duet met Sir Giorgio aan het einde van het tweede bedrijf, een van de hoogtepunten van de partituur, werd herleid tot een brulpartij, iets waar de Italiaanse bas Luca Dall’Amico ijverig aan meewerkte. Normaal is dit duet goed voor een ovatie, in Luik bleef het bij een lauw applaus.

We hebben echter het beste voor het laatste gehouden. We hebben tot het laatste moment onze twijfels gehad of hij uiteindelijk in Luik zou verschijnen, maar hij was er effectief: de Amerikaanse stertenor Lawrence Brownlee. Wat een plezier iemand te horen die een uitstekende dictie koppelt aan een stralend timbre, geen last heeft van registerovergangen en zelfs de gevreesde (en door het publiek met spanning verwachte) hoge F (bijna liggend gezongen !) past uitstekend binnen het bereik van de stem. Tel daarbij een goede bühnenpresence en het moge duidelijk zijn dat we getuige waren van iets uitzonderlijks.

We zijn een fan van de gedreven Italiaanse dirigente Speranza Scappucci maar vonden dat haar werk wat beneden de verwachtingen bleef. Vooral in het eerste half uur van de voorstelling waren er verschillende ongelijkheden tussen koor, orkest en solisten. Maar de kracht die ze in de muziek weet te steken hoorden we nog niet vaak – al werd ze in haar interpretatie dan weer niet geholpen door de regisseur. We zijn haar ook dankbaar dat ze ons de kans gaf voor het eerst een uitvoering te laten meemaken van de ganse partituur van I puritani. Hopelijk wordt hiermee een nieuwe trend gezet.

Het koor en orkest van de ORW deden wat van hen verwacht kan worden in een opera die duidelijk voor de solisten geschreven is.

Er zijn nog voorstellingen op 25 en 28/6/2019.

 

Hugo Delava
Gepubliceerd op 23/6/2019)


I Puritani – Foto’s © Opéra Royal de Wallonie-Liège.


Hugo Delava
Hugo Delava

Reviewer

Favourite composers: Bellini, Braunfels, Donizetti, Mercadante, Meyerbeer, Rossini and Schreker. "Tenor-minded": Michael Spyres, Andreas Schager, Rockwell Blake.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op