“Gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is rechtvaardig.” Baruch 6:30.

“Kreeg tranen in mijn ogen, zo prachtig….”  “Ja, die stemmen, ontroerend, vooral als ze zingen….”
(Conversatie opgepikt na een voorstelling in ‘s Nederlands grootste operatheater)

Sentimentaliteit – de vijand van kwaliteit

Iedereen kan na het slotapplaus van een opera een reactie plaatsen op de sociale media. Of er iets over in Lief Dagboek schrijven. Maar “die zong prachtig” en “bij haar aria moest ik zowat huilen” zijn emotionele uitingen waarin alleen de jankerd zelf in geïnteresseerd is, en de buurvrouw wellicht. Trouwens, noch professionele zangers noch een deskundig publiek  huilt. Gedver. Men waardeert of verwerpt. Zoals Haitink de mevrouw die hem na Mahler II aansprak met “ik moest zo huilen” toevoegde: “Dan heeft u er niets van begrepen.” Kritiek waar je wat aan hebt, waarmee je het beargumenteerd eens of oneens kan zijn, vinden we in kranten (niet in De Telegraaf, die schrijft liever over  de MensenMens Opera Pietje en over haringparty’s), muziektijdschriften en uiteraard online. Operakritiek is geen kunstmarketing in paragraafvorm, maar is gebaseerd op beoordelingsvermogen, repertoirekennis en voldoende muzikale en theaterkennis om regisseursvandalisme te doorzien. De operacriticus is doof voor de “bravi” der turbe van wijdluftigen (het publiek), en zorgt ervoor dat hij een goed heenkomen heeft gevonden als de Staande Inflatie een aanvang neemt.  De eerste die gaat staan, vaak een proleet uit Amsterdam  Zuid met een rare bril, heeft in mijn gedachtenwereld al vele onplezierige doden gestorven.

 

De Salome singalong

Dat onderscheid is belangrijk, want de berichtgeving over opera is in brede zin kwalitatief te betreuren. Huisbladen doen verslag over Opera Pietje-plechtigheden en schabouwelijke  “singalongs”. Krantenrecensies krimpen in tot lifestyle-flaptekstjes. Sociale media belonen snelheid en geforceerd enthousiasme, onderscheidingsvermogen komt er niet aan te pas. Het resultaat is een ongebalanceerde overvloed aan lof en heel weinig substantiële kritiek. Operabijdragen zijn meestal wel te vinden, wat de landelijke dagbladen betreft: bijv. de Volkskrant (althans Guido van Oorschot), Trouw (een-beetje-van-dit-en-een-beetje-van-dat Van der Lint), De Telegraaf (schenkt wel aandacht aan haringparty’s maar niet aan opera) of Het Parool (mavo-niveau). Maar beschouwingen die uitdragen dat een productie op artistieke gronden TOTAAL kan mislukken… ze zijn er wel, maar ze zijn schaars. De mobiele telefoons in La Traviata, de cameraploegen op de Bühne van Die tote Stadt, de laptops bij Salome, ze worden mild bekritiseerd. Want opera is geen museum.

Amsterdam. Operastad.

“Gelijk Ik hoor, oordeel Ik”

Het grootste gevaar voor media die over opera gaan, dus ook voor websites, is: saaiheid. Lezenswaardige websites voor operakritiek melden niet alleen wie er zong, wie er dirigeerde en of het publiek applaudisseerde. Ze evalueren. En liefst op ontregelende toon. Natuurlijk, je moet de partituur en het libretto kennen, de uitvoeringsgeschiedenis, de zangstijl en het verschil tussen toneelbeelden die een werk rechtdoen en toneelbeelden die een werk naar de kloten helpen.

Een site die de moeite waard is, heeft ook een herkenbare redactionele rode draad. En dat is niet “bijna alles bij DNO is mooi” maar “bijna alles bij DNO is een groteske poppenkast”, ontsproten aan een inspiratieloos, slap en ondeskundig leiderschap, dat met alle winden meewaait en de subsidiegelden met ruime hand uitstrooit over alles en iedereen die met welk idee dan ook komt, zolang er in het beleidsplan maar de woorden “vernieuwend” en “nieuw publiek” voorkomen.

Quid pro quo

Uiteraard verschillen recensenten regelmatig vehement van mening. Liefst op schokkende wijze, maar er zijn grenzen en zelfs normen. Een hoofdredacteur die bijklust bij het clubblad van een operagezelschap dat hij moet evalueren, dat is wel schokkend, maar niet lekker schokkend. Dat is een typisch verschijnsel dat past bij de snobistische ons-kent-ons  operakliek die kritische recensenten tegenwerkt  en financieel benadeelt, maar een laffe  site  die de lezersforumfunctie uitschakelt vanwege de nadeligheid voor de banden met  operahuizen, minzaam tegemoet treedt.

In de operajournalistiek merkt men al snel of men zangers boven concepten stelt, drama boven spektakel, of vernieuwing boven samenhang en  librettogetrouwheid.. Kritiek zonder normen verwordt tot consumentenadvies. Opera verdient beter.

Gelijk Ik hoor, oordeel Ik
Quid pro quo

Dan is er nog het geschreven woord. Een gevoelig punt.  Het DNO-programmablad beschrijft Il Trovatore  als “een schoolvoorbeeld van systemische toxische masculiniteit, waarin twee bevoorrechte witte mannen een gemarginaliseerde vrouw gereduceerd hebben tot een patriarchaal bezitsobject”.
Een criticus kan ook volstaan met een  verkorte weergave; het chronisch navertellen van een opera is stierlijk vervelend. Vage lof is nutteloos. Dat geldt ook voor vage minachting, voortkomend uit irrationele antipathie. Men zal mij niet snel horen jubelen over schreeuwerd Mario Del Monaco, valszingster Montserrat Caballé of aanstelster Barbara Hannigan. Mea culpa.

De media

Parterre Box

Parterre Box blijft een van de weinige Engelstalige operaplatforms waar nog echte discussie plaatsvindt. Het is rommelig, slordig, partijdig en geregeld onredelijk – precies daarom is het vaak interessanter dan de steriele consensusjournalistiek die elders voor kritiek doorgaat. Op zijn best combineert Parterre Box historische kennis, vakmanschap, humor en een gezonde minachting voor artistieke middelmatigheid. Persoonlijke vetes en vrijblijvend gesneer geven het medium prettige attentiewaarde. Liever een platform dat af en toe ontspoort dan een dat nooit ergens voor durft te staan.

Opera Today

Opera Today is degelijk, deskundig en zelden spectaculair. De site biedt internationale verslaggeving door auteurs die weten waarover ze schrijven en de praktijk van het operabedrijf begrijpen. De redactionele identiteit is echter vaag. Uitstekende analyses staan naast recensies die nauwelijks boven een (leesbare) programmatoelichting uitstijgen. Je leest Opera Today voor informatie, niet voor vuurwerk. Dat is een legitieme keuze, maar ook een gaapverwekkende.

“Gelijk Ik hoor, oordeel Ik"

Seen and Heard International

Seen and Heard International is uniek: de recensies zijn soms 2-3 zinnen lang maar het medium volgt het internationale operaleven in al zijn breedte. Wie wil weten wat er in grote én kleinere operahuizen gebeurt, vindt hier een schat aan informatie. Een  handig spoorboekje. Toegegeven, sommige recensenten ontleden een voorstelling met muzikaal inzicht en dramaturgische precisie. Andere beperken zich tot een chronologisch verslag van wat iedereen in de zaal zelf heeft kunnen zien (er is een Nederlandse pedant in dit opzicht). Niet elke beschrijving is kritiek, maar eerder een handig spoorboekje. Toch is de site uniek, simpelweg omdat bijna geen ander medium zo’n breed overzicht biedt. Tenzij je Operabase gestudeerd hebt.

Bachtrack

Bachtrack bestrijkt een indrukwekkend internationaal terrein. Vrijwel geen enkel platform heeft een vergelijkbaar bereik, hoewel er dichtbij een gazetteke is dat Europa, de VS en Australië bestrijkt. Aan de andere kant:  bereik is geen kwaliteitsoordeel. Bachtrack kiest zelden de confrontatie. De toon is voorzichtig, diplomatiek en opvallend conflictmijdend. Ook daar is een Nederlandse tegenhanger voor. Producties worden vaker voorzichtig gewogen dan rücksichtlos beoordeeld. Dat levert keurige recensies op, maar zelden memorabele kritiek. Wie verwacht dat een criticus risico neemt, zal hier niet vaak worden verrast.

“Gelijk Ik hoor, oordeel Ik"

New York Classical Review

New York Classical Review is mijn favoriet, het bewijst dat helder schrijven nog bestaat. De recensies zijn compact, analytisch en vrij van het modieuze jargon waarmee zoveel cultuurjournalistiek haar gebrek aan argumenten probeert te maskeren. De beperking is geografisch. Buiten New York houdt het verhaal grotendeels op. Maar dat doet de rest van de wereld eigenlijk ook.  Maar binnen die grenzen toont de site hoe kritiek eruitziet wanneer duidelijkheid belangrijker is dan zelfprofilering.

 

The New Criterion

The New Criterion is voor operaliefhebbers die doorgeleerd hebben. Opera wordt niet behandeld als entertainmentnieuws, maar als onderdeel van een bredere beschaving. De essays gaan over over schoonheid, traditie en artistieke verantwoordelijkheid – onderwerpen die elders vaak als verdacht “ouderwets” worden afgedaan. Uiteraard is de publicatiefrequentie dan laag. Maar liever één doordacht essay dan twintig haastig geschreven recensies van hoetelwerkers die vinden dat Otello als vrouw heel goed te verdedigen is.

“Gelijk Ik hoor, oordeel Ik"

De vraag welke website de beste is, is de vraag naar welke vorm van kritiek je zoekt. Wil je overzicht, dan zijn Seen and Heard International en Bachtrack logische keuzes. Zoek je uitgesproken oordelen en echte discussie, dan bieden Parterre Box en Opera Gazet meer. Wie geïnteresseerd is in de ideeën achter opera, wendde zich tot The New Criterion. Als je verschillende stemmen naast elkaar legt, wordt snel duidelijk wie argumenteert, wie observeert en wie vooral public relations in onbegrijpelijke volzinnen verpakt.

 

Operakritiek die prikt waar de operawereld liever applaudisseert

Opera heeft geen gebrek aan marketing. Ze heeft gebrek aan kritiek. Vrijwel iedere nieuwe productie wordt tegenwoordig omschreven als “gedurfd”, “urgent”, “relevant” of “provocerend”. Dat zijn geen oordelen meer, maar marketingtermen die hun betekenis allang hebben verloren en in brede kring als lachwekkend woorden beschouwd.

Goede kritiek weigert aan die inflatie mee te doen. Zij maakt onderscheid tussen artistieke noodzaak en regietheater dat slechts wil “ontregelen”. Ze benadrukt en beargumenteert dat trouw aan een partituur geen conservatisme is, dat vocale schoonheid geen zijdelingse luxe is en dat het afbreken van een muzikaal kunstwerk geenszins een creatieve prestatie is.

Een goede criticus is een verdediger van kwaliteit. Dat betekent dat hij vrijwel altijd tegen de mode in schrijft, zich niet laat intimideren door institutionele consensus en bereid is een slechte voorstelling ook gewoon slecht te noemen. Websites die dat nog durven, zijn zeldzaam. Juist daarom zijn ze onmisbaar.

Wij van WC-eend adviseren WC-eend

Voor lezers die genoeg hebben van institutionele beleefdheid en vriendjespolitiek biedt Opera Gazet iets dat steeds zeldzamer wordt: kritiek met ruggengraat. De recensies nemen een librettogetrouwe enscenering serieus en prikken door een modieus idee heen  dat uit principe bewonderd moet worden. Producties worden afgemeten aan de realisatie van de dramatische integriteit van het libretto en de partituur, niet aan het talent van de hoetelwerkige regisseur om quasi-diepzinnige manifesten in het programmaboekje te publiceren.

Olivier Keegel

Posts from overseas
5 1 vote
Article Rating
Olivier Keegel

Editor-in-Chief

Chief Editor. Does not need much more than Verdi, Bellini and Donizetti. Wishes to resuscitate Tito Schipa and Fritz Wunderlich. Certified unmasker of directors' humbug.

No Older Articles
No Newer Articles
Subscribe
Notify of
guest
0 Comments
Newest
Oldest Most Voted