Pagliacci / Cavalleria Rusticana
DNO 8 september 2026
Regie 4*
Muziek 4.5*
Muzikale leiding Andrea Battistoni
Regie Robert Carsen
Pagliacci Drama in twee bedrijven
Muziek en libretto Ruggero Leoncavallo
Nedda Corinne Winters
Canio Riccardo Massi
Tonio Roman Burdenko
Peppe Jacob Abrahamse
Silvio Hubert Zapiór
Cavalleria rusticana Melodrama in één bedrijf
Muziek Pietro Mascagni
Libretto Giovanni Targioni-Tozzetti en Guido Menasci
Santuzza Raehann Bryce-Davis
Lola Maria Warenberg
Turiddu SeokJong Baek
Alfio Roman Burdenko
Lucia Enkelejda Shkosa
Nederlands Philharmonisch
Koor van De Nationale Opera
Nieuw Amsterdams Kinderkoor
Pagliacci
Het leven is één groot theater. En het theater, dat is het leven. Hoe de twee werelden in elkaar overlopen, of eigenlijk één zijn, lijkt de spil te zijn waarom het in de regie van Robert Carsen draait. Dit concept geeft driedimensionaliteit, reflectie, levendigheid. Carsen heft de scheiding tussen zaal en toneel op: er zijn spelers in de zaal en een dirigent op het podium, acteurs die zich met stalen gezicht in een kostuum steken dat identiek is aan de net uitgetrokken eigen kleding. Een podium op een podium, een kleedkamer als toneel, of was dat nou juist de echte wereld? Het opheffen van de scheiding tussen werelden lijkt zelfs door te lopen tot buiten de muren van de Stopera: langs de kantine en de foyer heeft het ineenstorten van de verzorgingsmaatschappij zich als een bioklastisch sediment afgezet in de vorm van mensen in slaapzakken; fles drank en rol wc-papier binnen handbereik. Van buitenaf zie je deze enclave in de galerij liggen, terwijl achter de glaspartij vrouwen in zijden ruis en een wolk parfum voorbijglijden over het crèmekleurig tapijt.
De regie bedient zich van een decor dat verstoken is van bezienswaardigheden. Hierdoor ligt de focus op de essentie, het centrum van de handeling. Dit geldt specifiek voor de regie van Pagliacci. De belichting speelt hierin een cruciale rol, met als hoogtepunt het dramatische tableau vivant waarmee Pagliacci eindigt; de associatie met Caravagio’s chiaroscuro is niet denkbeeldig. Met dit tableau begint Cavalleria Rusticana, waarbij wederom een wisseling van werkelijkheid naar theater plaats vindt, of was het nou omgekeerd?

Schoonheid en verval
In beide opera’s staan schoonheid en verval naast elkaar. “Schoonheid” wordt in de eerste plaats geboden door de prachtige muziek. Door de klank van de stemmen en de andere instrumenten. Grootmoedigheid, vergiffenis, devote toewijding en de relatie met het Hogere. Humor en creativiteit. Menselijkheid.
Verval van moraal, verloedering van zeden, afbraak van waarden en van cultuurgoed, bedrog, geweld, uitsluiting, laster, bevuiling van de omgeving, van zichzelf en van elkaar; het is overal. Menselijk tekortschieten. Ook het publiek ontkomt er niet aan: de zijden ruches en het maatpak verhinderen niet dat menigeen na de pauze in het halfdonker onvast wordt en bijna de trap naar de zitplaats afdondert. De schrik slaat je om het hart bij het zien ervan, en je verlangt naar het lachsalvo van je beste vriend om je te verlossen van de realiteit van het theater, of het theater van de realiteit. Wij deden zelf ook een duit in het zakje van de verloedering: in het kader van het rustieke landleven (la vita rusticana) hadden wij thuis jonge walnoten van hun buitenste schil ontdaan. Donkerbruine handen waren het niet weg te poetsen gevolg. Zó naar de Opera: schande! Zo waren wij allen deel van het spektakel van schoonheid en verval.
Pagliacci
Een rondreizend theatergezelschap komt het dorp Montalto, in Calabrië, opluisteren. Het hele dorp loopt uit om het spektakel te zien. De clown Canio, die altijd de bedrogen echtgenoot speelt, krijgt er lucht van dat zijn echtgenote, Nedda, in werkelijkheid een verhouding heeft met een man uit het dorp, Silvio. Clown Tonio, die zelf door Nedda is afgewezen, heeft Nedda verklikt uit rancune. Tijdens de voorstelling wordt het menens: Canio steekt Nedda en Silvio dood.
Het toneel is leeg en zwart, met lampen en camera’s, zoals in de coulissen van een operatheater. Spaarzame attributen. Waar nodig een rood theaterdoek.

Corinne Winters vertolkt de rol van Nedda. Zij heeft een prachtig timbre met bronzen gloed, dat hier en daar de discipline van een smalle kern mist. Ze is een zeer geloofwaardige actrice. Haar mimespel is uitstekend en ook haar liefdesscene met Silvio is overtuigend en intens. Riccardo Massi (Canio), beschikt over een tenor met een warmbloedig midden. Het hoge register bezit de typische heldenglans van de lirico-spinto, die echter soms onder de voet gelopen wordt in de akoestiek van dit theater. Zijn vertolking is een heel menselijke Canio, met wie wij ons kunnen identificeren. De rol van Tonio is toevertrouwd aan Roman Burdenko, die er met zijn geweldige bariton en acteurstalent een sublieme invulling aan gaf. Zijn Tonio is een antifa-psychopaat die ons de rillingen gaf. Deze zanger kan echt alle kanten op met zijn vocale- en acteurs-kwaliteiten.
Jacob Abrahamse (Peppe) komt mooi uit de verf als Arlecchino, met smaakvolle frasering en fraai timbre. Silvio wordt met glansrijke stem vol viriele draagkracht gezongen door Hubert Zapiór.

Cavalleria Rusticana
Een Siciliaans dorp, het is Paaszondag. Santuzza is bedrogen door haar geliefde, Turiddu. Die heeft het aangelegd met zijn ex, Lola, die tijdens zijn diensttijd getrouwd is met Alfio. Santuzza wordt nu beschouwd als gevallen vrouw. Zij gaat op zoek naar Turiddu om hem te smeken bij haar terug te keren. Turiddu wijst haar keihard af. Na een uiterste poging hem voor zich terug te winnen, slaat haar gemoed om in rancuneuze razernij. Ze verraad Lola’s ontrouw tegenover diens man Alfio. Het komt tot een duel en afrekening, waarbij Turiddu het aflegt. Turiddu’s moeder Lucia ontfermt zich over de arme Santuzza.
De setting in deze regie is de kleedkamer van het operatheater. Kaptafeltjes en verlichte spiegels vullen de zwarte ruimte. In deze omgeving kunnen wij Lucia als kleedster wel plaatsen, het is echter lastig de ruimte te zien als Lucia’s huis, waar Santuzza op de drempel blijft dralen, omdat zij geweerd wordt vanwege haar zonde. We gaan dan nadenken, of zij wegens ontucht ontslagen is uit het operakoor. Nadenken over de bedoeling van een voorstelling is een veeg teken. Het is natuurlijk wel onrechtvaardig dat zij verbannen is terwijl Lola, het sletje van het koor, het letterlijk met iedereen doet, inclusief de koordirigent.
Santuzza wordt vertolkt door sopraan Raehann Bryce-Davis. Een bloedmooie stem van formaat. Zij zet een menselijke Santuzza neer. In de rol zou zij nog kunnen winnen aan vloeiende lijn en homogeniteit. Lola wordt gezongen door Maria Warenberg. Met haar zwoele timbre en behendige fysiek is Lola haar op het lijf geschreven.
SeokJong Baek zingt Turiddu. Hij is een zanger met een fenomenale tenor, die nogal eendimensionaal zingt. Hij komt vooral over als een “zanger met een gouden keel en stereotype zangersgebaren”, en niet als Turiddu. Ook mist hij de smaak van de Italiaanse frasering.
Roman Burdenko (Alfio) is, we zeggen het nog een keer, een fantastische zanger en acteur. Een indrukwekkend en nobel geluid verklankt zijn acteertalent. Alfio past hem als een handschoen. Enkelejda Shkosa als Lucia klinkt ons iets teveel als typecasting. De oudedamewobbel in de stem is er te dik bovenop gelegd. In de laatste akte revancheert zij zich en is de klank mooi krachtig en laserlike.
Het Koor
Leve het (kinder)koor! Juichend en gepassioneerd brengen zij het leven in de tent, het leven in alle facetten. De klank is spatzuiver, met een immer verzorgd en ontroerend timbre, dat soms van oneindige zachtheid en transparantie heilig kan worden genoemd (Paashymne ‘Inneggiamo’).
Orkest
Met name in Cavalleria Rusticana komt het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Andrea Battistoni tot grote klasse. Battistoni ontlokt de musici dat enige echte Zuid-Italiaanse pathos; met emotie geladen vibrato, snikkende violen, golvend sentiment en transparante tederheid.
Never a dull moment in Italy!
















