La Vestale in Berlijn

LA VESTALE

La Vestale. Lyrische tragedie in drie bedrijven van Gaspare Spontini. 1805.  Libretto van Étienne de Jouy. Eerste opvoering in de Opéra van Parijs op 15 december 1807. Bijgewoonde voorstelling Staatsoper Unter den Linden, Berlijn.

Julia is bereid de haar opgelegde wet te overtreden en staat haar geliefde Licinius toe naar de plek te komen waar zij ’s nachts het vuur moet bewaken. De vestale, een priesteres van de godin Vesta, trotseert daarmee de ‘heilige wet’ en ook de hogepriester als diens bewaker. Maar ze volgt haar liefde. Voor de hoofdvestale is liefde echter een ‘barbaars monster’ en een vijand van de godin Vesta, wier eeuwig brandende vlam door de kuise vestalen moet worden beschermd.

La Vestale

Spontini maakt in de eerste jaren van de twintigste eeuw een ware renaissance mee na jaren verwaarlozing door operahuizen. Langzamerhand komt men tot de ontdekking (sic) dat deze componist een onmisbare schakel vormt tussen de late Napolitaanse opera, de Franse tragédie lyrique van Gluck, Piccinni, Cherubini en de romantische werken van Berlioz, Meyerbeer en Wagner.

Spontini’s carrière is er een van vallen en opstaan: geboren in het gehucht Maiolatti bij Iesi studeerde hij in Napels waar hij onder de invloed kwam van daar gevestigde componisten als Cimarosa. Zijn eerste werken  vallen in het genre van de komische opera die zeer geliefd was bij het Napolitaanse publiek. Net als bij andere Italiaanse componisten was de roep van Parijs onweerstaanbaar en hij verhuisde rond 1802 naar de Franse hoofdstad, toen onder bewind van Napoleon wiens hervormingen op sociaal en artistiek gebied bepalend zouden zijn voor het verloop van Spontini’s carrière. Onder bescherming van keizerin Josephine ging La vestale in 1807 aan de Parijse Académie de musique in première. Het succes was enorm en de opera vestigde de roem van Spontini ondanks de geduchte  tegenwerking van chauvinistische tegenstanders. Toch was Spontini’s succes in Frankrijk niet blijvend; in 1820 vertrok hij naar Berlijn  om onder de persoonlijke bescherming van  koning Friedrich Wilhelm III intendant te worden aan de Hofoper. Spontini kreeg in Berlijn weer te maken met vijandighedn en hij keerde  terug naar zijn geboorteplaats, waar hij in 1851 nogal verbitterd overleed.

La Vestale
La Vestale. Unter den Linden. © Stephan Rabold

La Vestale –  tutti contenti !

Het libretto van Victor-Joseph Etienne de Jouy speelt in het antieke Rome, waar de vestaalse maagd Julia verliefd wordt op de generaal Licinius ondanks haar belofte van kuisheid. Julia heeft haar vader op zijn sterfbed beloofd om zich te wijden aan godin Vesta, de beschermster van Rome. Toch is haar liefde voor Licinius sterker en ondanks de dreigementen van de hoofdpriesteres besluit zij  met haar geliefdete vluchten. Cinna, boezemvriend van Licinius, zal hem helpen om Julia bij de tempel van Vesta te ontvoeren; daar moet zij over het eeuwig vuur van de godin waken op straffe van de dood. Tijdens een gepassioneerd liefdesduet vergeet zij het vuur te bewaken met als gevolg het uitdoven van de heilige vlam. De hoofdpriesteres en de pontifex veroordelen Julia om levend te worden begraven ondanks de desperate pogingen van Licinius om alle schuld op zich te nemen. Julia’s smeekbedden raken toch een gevoelige snaar bij de pontifex, hij verklaart dat het lot van de priesteres enkel door de goden ongedaan kan worden: als het gewaad van Julia door goddelijke interventie vlamvat op het altaar, betekent dit dat zij vergeven is en zo geschiedt onder gejuich van het volk: Julia en Licinius worden herenigd en tutti contenti.

Na een verwaarlozing aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw beleefde La Vestale een comeback in New York vooral, door de onvergetelijke vertolking van de hoofdrol door Rosa Ponselle. Haar vertolking van de rol van Julia stond model voor Maria Callas die in deze rol grote triomfen beleefde maar wel in de Italiaanse vertaling. Andere grote interpreten van de rol van Julia waren o.m. Maria Caniglia, Leyla Gencer, Renata Scotto, Montserrat Caballé en Raina Kabaivanska. Dirigenten als Riccardo Muti braken ook een lans voor Spontini’s meesterwerk en gelukkig zijn wij nu getuige van een herleving van de oorspronkelijke Franse versie.

La Vestale
La Vestale. Unter den Linden. © Stephan Rabold.

De coproductie van de Parijse Opéra en de Staatsoper Berlin liet bij mij gemengde gevoelens achter. Regisseuse Lydia Steier plaatst de handeling in een ongedefinieerde maatschappij waar (mannen)terreur het volk angstig en dom houdt. De vestaalse maagden doen denken aan de serie The Handmaid’s Tale met het verschil dat zij de liefde en het moederschap vaarwel moeten zeggen. De hogepriesteres is een regelrechte vamp; haar enige doel  is het terroriseren van “de meiden”, daarbij geholpen door de sinistere pontifex, gekleed als een Duitse generaal uit de eerste wereldoorlog. Het volk is veelal anoniem. Zo juicht het de triomfantelijke terugkeer van Licinius uit het slagveld toe, waarmee het metamorfoseert tot beulen van niet enkel Julia maar tevens van alle vestaalse maagden. Het scenario is somber, enkel verlicht door het vuur van het altaar; in Steiers visie memoreert dat aan de nazi-boekverbranding op de Bebel Platz tegenover de Staatsoper. Fellinianse invloeden zijn zeker aanwezig, bijv. als het beeld van de godin een verkapte madonna blijkt te zijn. Helaas wordt het koor veel te ver achter op de Bühne geplaatst, waardoor zijn functie enigszins verloren gaat: een misser, daar het koor een wezenlijk onderdeel is van de handeling. De personenregie laat te wensen over, Julia wordt wel sterk geportretteerd als getormenteerde jonge vrouw maar de rest van de personages valt helaas weg, behalve bij  de hysterische hoofdpriesteres die later blijkt zelf  slachtoffer van de pontifex-terreur te zijn.

La Vestale
La Vestale. Unter den Linden. © Stephan Rabold.

De tour de force van Sonya Yoncheva 

Dirigent Carlo Rizzi moest helaas wegens een blessure verstek laten gaan bij de door mij bezochte voorstelling maar hij werd glanzend vervangen door de jonge Italiaan Giuseppe Mentuccia, protégé van Daniel Barenboim. Hij pakte de gecompliceerde partituur met een zeldzaam elan aan; de orkestklank stond geheel in dienst van de zangers. Lyriek en dramatische kracht waren zijn wapens en hij boekte een grote triomf zonder maar een moment de spanning te laten verslappen.

Julia vond in Sonya Yoncheva een voor mij bijna ideale vertolkster: haar lyrische stem bezit een gloed die zeer goed te pas komt in de meer dramatische momenten zoals de grote scene in de tweede akte, een ware tour de force zowel vocaal als interpretatief. Haar topnoten glansden door de zaal en haar bijna perfecte legato gekoppeld aan een voorbeeldige Franse dictie waren de hoogtepunten van de avond. De grote scene “Toi que j’implore/Impitoyables dieux” maakte een verpletterende indruk zowel vocaal als interpretatief,  ook haar Franse dictie nog eens uitmuntend was.

De  twee lyrische tenoren David Butt Philip en Siyabonga Maqungo kwamen hierbij helaas niet in de buurt: de rollen van zowel Licinius als Cinna vereisen zowel kracht als onvervalste lyriek, kwaliteiten die helaas achterbleven bij beide heren. Hun houterige bewegingen hielpen hier ook niet bij. De hogepriesteres vereist eveneens enorme dramatische kracht met een tessitura die het altregister van de zangeres vereist. Marina Prudenskaya, niet de eerste de beste, bleef helaas steken in vaak hysterische uithalen zonder echt reliëf te verlenen aan haar personage, noch scenisch noch vocaal. De overige zangers waren toereikend zonder echt saillante vertolkingen te hebben gegeven maar gelukkig was zowel het koor als het orkest in topvorm.

La Vestale is een lange opera maar de muziek is zo fascinerend dat er zelfs met een cast die de zware eisen niet helemaal dekt -met uitzondering van de hoofdrol- sprake is van een bijzondere ervaring.   

La Vestale
Mauricio Fernandez
5 2 votes
Article Rating
No Older Articles
No Newer Articles
Subscribe
Notify of
guest
0 Comments
Newest
Oldest Most Voted