Regietheater. Intellectuele terreur op dwingend recept.

Regietheater. Intellectuele terreur op dwingend recept.


Bismarck en de opera

Een van de meest ingrijpende wetten uit de Kulturkampf was het Jesuitengesetz van 4 juli 1872: de jezuïetenorde werd verboden en de jezuïeten werden verbannen uit het Duitse Rijk. Waarom juist de jezuïeten?

Kanselier Otto von Bismarck en de liberale meerderheid in het parlement zagen de Sociëteit van Jezus (de officiële naam van de jezuïetenorde) als het ultieme symbool van het ‘ultramontanisme’. Dit was de stroming binnen de Katholieke Kerk die blindelings loyaal was aan de paus (‘over de bergen’, oftewel Rome) in plaats van aan de eigen nationale overheid. Jezuïeten stonden bekend als hoogopgeleide intellectuelen die een enorme invloed hadden en ze werden beschouwd als een direct gevaar voor nieuwe Duitse Keizerrijk.

Dezer dagen zijn wij, met in het achterhoofd ’40-’45, niet zo gek meer op het uit het land schoppen van raciaal of godsdienstig gedetermineerde groepen, ook al komt de eigen cultuur relatief plotseling en tamelijk ingrijpend in het gedrang. Verzet tegen aantoonbaar ongewenste infiltratie wordt schuchter beleden, bang als men is om te worden uitgemaakt voor neofascist, xenofoob, dinosauriër, bruinhemd, Alt-right, wappie, racist, reactionair of fossiel. Nationalisme, het bindmiddel bij uitstek op grond van gedeelde identiteit, cultuur en saamhorigheid, kreeg een slechte naam.

 

It is the society, stupid

In de opera ziet men eenzelfde tendens. Ontwikkelingen die a priori door vrijwel niemand werden toegejuicht, schieten wortel, omdat niemand de Roundup ter hand durft te nemen uit angst voor uitsluiting van de bovenbazige progressieve kringen die menen de hoeders te zijn van het moderne levensgevoel.

De regiedictatuur heeft van de operawereld een ideologisch en esthetisch slagveld gemaakt, waarin de partituur en de oorspronkelijke intentie van de schepper al decennialang stelselmatig worden geofferd op het altaar van het regisseursnarcisme. Wat in 1951 begon als een bijna klinische esthetische ingreep door Wieland Wagner -die de Festspiele in Bayreuth met zijn minimalistische en kaalgeslagen ensceneringen trachtte  te verlossen van de beladen tradities- ontaardde in de jaren 70 in een destructief artistiek totalitarisme: het onversneden en radicale Regietheater.

Vanaf dat kantelpunt in de theatergeschiedenis deed de regie zich definitief en gewelddadig te goed aan de erfenis van de klassieke meesters. De historische setting werd zonder pardon bij het grofvuil gezet en het libretto werd gedegradeerd tot een vrijblijvend, facultatief geschrift. In plaats daarvan werden politieke of psychologische thema’s, puur en alleen zoals de regisseur deze in zijn eigen particuliere visie zag en interpreteerde, de absolute en leidende dictaten in de opera’s van Mozart, Wagner e tutti quanti. De autonomie van het kunstwerk werd hiermee vloeibaar verklaard; elk meesterwerk moest voortaan buigen voor de ideologische grillen van de man of vrouw op de regiezetel.

Regietheater.
Parsifal 1951 Wieland Wagner

De furie in de zaal: Het publiek eist respect

Deze theatrale tirannie stuitte echter vanaf haar allereerste conceptie op legitieme, diepe en felle woede. De ware operaliefhebbers, die vanuit een diepgewortelde traditie veel meer waarde hechtten aan de artistieke drie-eenheid van componist, librettist en solist, pikten deze usurpatie van hun geliefde kunstvorm niet. Zij reageerden dan ook furieus en met luid boegeroep tijdens de hilarische premières van die tijd. De algemene teneur onder het publiek en met name onder hen die ten onrechte werden aangeduid als “puristen”,  was evident: men meende, niet onredelijk, dat de regisseur partituur en libretto met het vereiste respect diende te benaderen. Men was niet gediend van narcistische fantasieën die op dwingende wijze aan de zaal en de kunstenaars werden opgedrongen.

Het is dan ook volstrekt logisch dat de term ‘Regietheater’ in de professionele recensies en kritieken van de jaren 70 nog meestal gold als een puur negatieve slogan, een welgemikt esthetisch scheldwoord en een kritische veroordeling. Het was een term die specifiek werd gehanteerd om die ensceneringen te brandmerken waarin de regisseur zich op veel te dominante, dictatoriale en destructieve wijze boven het kunstwerk verhief. Het was een openlijke waarschuwing tegen de devaluatie van de muziek ten gunste van een particuliere ideologie.

 

De opstand op het podium: Dirigenten en zangers in het geweer

Maar de rebellie en de diepe onvrede kwamen absoluut niet alleen uit de anonieme duisternis van de theaterzaal. Ook achter de schermen en op het podium zelf ontstond  massaal en principieel verzet. Veel dirigenten en zangers, de eigenlijke ambachtslieden die de muziek tot leven moesten wekken, verzetten zich fel en consistent tegen de ontluisterende gang van zaken. De reden hiervoor was even helder als pijnlijk: de radicale, vaak egomaniakale ingrepen van de eerste de beste Hochstapler, zich regisseur noemend, botsten in de praktijk voortdurend en frontaal met de interne muzikale logica, met de zangtechnische vereisten van het menselijk lichaam en de oorspronkelijke, diepe emotionele lading van de compositie. De zanger werd te vaak gereduceerd tot een willoze pop in een “conceptueel” decor, dat de organische stroom van de muziek actief saboteerde. Caveat: wees altijd op uw hoede als in opera-verband het woord “concept” valt.

De kritiek van de absolute grootheden uit de internationale muziekwereld is door de jaren heen dan ook niet mals geweest. Zij legden onbarmhartig de vinger op de zere plek van de doorgeschoten “concept”regie.

Als het publiek het niet meer pikt…
  • De Zwitserse dirigent Philippe Jordan haalde in 2022 vernietigend uit naar de stand van zaken in de internationale operawereld. Hij noemde de artistieke dwaling onomwonden een “fatale, verkeerde weg” die de kunstvorm onvermijdelijk in de afgrond stort.
  • Maestro Christian Thielemann heeft herhaaldelijk en dwingend gewaarschuwd dat de muziek te allen tijde en onder alle omstandigheden de absolute prioriteit moet behouden. Hij bekritiseerde regisseurs die de enscenering zo nodeloos complex, topzwaar of ronduit absurd maken dat het de zangers fysiek belemmert in hun loodzware vocale arbeid, of dat het de akoestiek van het podium fundamenteel en onherstelbaar verpest.
  • Nikolaus Harnoncourt, de legendarische pionier die zijn hele leven onvermoeibaar op zoek was naar de oorspronkelijke bedoeling en de authentieke klankwereld van de componist, uitte zijn diepe en fundamentele frustratie over regisseurs die opera’s schandelijk misbruiken voor de bevrediging van hun eigen ego. Zijn standpunt was glashelder: een enscenering moet onder alle omstandigheden de partituur dienen, in plaats van de muziek genadeloos te overschreeuwen met irrelevante visuele grappen, goedkope effecten of ridicule anachronismen.
  • Sir Simon Rattle trok de grens zo mogelijk nog scherper en legde de vinger op de intellectuele en muzikale armoede die aan de basis ligt van veel moderne producties. Hij wees er fijntjes op dat veel hedendaagse regisseurs simpelweg de partituur niet eens kunnen lezen. Het logische en pijnlijke gevolg hiervan is dat deze regisseurs scènes bedenken die lijnrecht ingaan tegen en frontaal botsen met wat er op dat exacte moment in het orkest gebeurt, en dat getuigt van een stuitende, diepe arrogantie en een fundamenteel gebrek aan vakmanschap.

 

De intellectuele leegte van de conceptuele kaping

Wie deze argumenten overziet, kan slechts tot één onontkoombare conclusie komen: het Regietheater heeft de opera niet bevrijd van haar historische ketenen, maar haar op brute wijze gekaapt. Het getuigt van een grenzeloze, intellectuele en muzikale hoogmoed om een kunstwerk te ensceneren dat men in de meest fundamentele, muzikale zin niet eens kan begrijpen. Wanneer de visuele grap belangrijker wordt dan de muzikale frasering, en wanneer de akoestiek moet wijken voor de megalomane decorbouw van een muffelige regisseur die geen noot kan lezen, is de grens van de kunstzinnige vrijheid al lang en breed overschreden. De opera is en blijft een auditief universum; wie dat weigert te erkennen, hoort niet thuis in het theater, maar in een museum voor misplaatste ego-documenten, waar op de zondagmiddag beurtelings het  Waldorfschulkonzert en Zirkus Roncalli optreden.

 

Een kapitalistisch drama

Patrice Chéreau (Bayreuth, 1976) is de  oervader van de moderne Regietheater-schandalen. Zijn Ring van destijds werd herschreven tot een kapitalistisch drama ten tijde van de Industriële Revolutie: Wotan in een victoriaans kostuum en de Rijndochters als de onvermijdelijke prostituees, gezellig bijeen rond een hydro-elektrische stuwdam. Hans Neuenfels transformeerde  (Bayreuth, 2010) het middeleeuwse Brabant van Lohengrin tot  een steriel, dystopisch laboratorium vol met gigantische laboranten en ratten. De productie staat in de operawereld bekend als de “ratten-Lohengrin”. Martin Kušej toverde voor zijn Idomeneo (Frankfurt/Londen, 2020) een echte, gigantische dode bloedende haai op het toneel, omringd door (uiteraard) halfnaakte figuranten. Calixto Bieito mag in het rijtje natuurlijk niet ontbreken. Zijn legendarische enscenering van Un Ballo in Maschera (Barcelona, 2000) opende met een scène waarin homoseksuele parlementsleden op het toilet zaten te defeceren terwijl ze de krant lazen. De productie zat vol expliciete homoseksuele handelingen, moord, verkrachting en expliciet geweld. Het leverde hem een van de luidste en langdurigste fluitconcerten uit de operageschiedenis op. Zijdelings noemen wij nog, van de hand van regisseur Burkhard Kosminski, de Tannhäuser in een naziconcentratiekamp, waarin een familie werd vergast in glazen cabines.

Regietheater
Burkhard Kosminski, Tannhäuser in een naziconcentratiekamp

De Nationale Opera

De Nationale Opera (DNO) in Amsterdam omarmt sinds jaar en dag (althans sinds Het Muziektheater) het Regietheater al decennia als haar artistieke kerndiscipline: opera’s worden consequent “geactualiseerd”, dus naar de moderne tijd gehaald. Van Pierre Audi tot Sophie de Lint  is het Amsterdamse operahuis een Europees bolwerk voor regisseurs die de historische context van het libretto deconstrueren en vervangen door hedendaagse, “conceptuele” raamwerken. Het onafhankelijke tijdschrift Opera Gazet -geen advertenties, geen subsidies- is altijd de grootste en meest principiële criticus van deze koers geweest.

De Nationale Opera is van mening dat een opera pas echt communiceert met het publiek als de universele thema’s -zoals macht, lust, jaloezie of existentiële crisis- worden gespiegeld aan de huidige maatschappij. Dit leidt tot radicale ingrepen. In producties zoals Puccini’s Turandot in de regie van Barrie Kosky werden alle traditionele Chinese decors en referenties geschrapt om plaats te maken voor een abstract, “psychologisch”  spiegelpaleis. Nog niet zo heel lang geleden overspeelde DNO haar hand met de (internationaal ook als zodanig erkende) compleet krankzinnige  Fidelio door de Oekraïense gastregisseur Andriy Zholdak. In het bedrijfsleven zou een dergelijke deconfiture koppen kosten, maar in gesubsidieerde instellingen is falen geen reden tot ongerustheid.

 

“Zelfs een dwaas die zijn mond houdt gaat nog door voor wijs”  
Spreuken 17:28

Waar andere media het enerzijds-anderzijds of de “genuanceerde” insteek verkiezen (sitting on the fence), kiest het online operamagazine Opera Gazet voor een onomwonden, felle anti-regietheaterkoers. Wij profileren ons expliciet als de stem van d‘oprechte operaliefhebber en voeren een constante strijd tegen “gesubsidieerd iconoclasme”. Onze kritiek op het beleid van De Nationale Opera is fundamenteel en rust op drie pijlers:

  • De onaantastbaarheid van het bronmateriaal: regisseurs hebben de plicht om de partituur en de historische enscenering zoals de componist en librettist die bedoeld hebben, te respecteren. De producties in Amsterdam zijn niet zelden de ‘narcistische fantasieën’ van Bramenplukkerig Besoenje dat losgezongen is van het authentieke libretto, en daarmee van de authentieke opera.
  • Visuele afleiding van de muziek: een overdaad aan schokkerende (dikwijls onsmakelijke), politieke of anachronistische beelden verhindert de toeschouwer om van de muziek te genieten. De schabouwelijke enscenering vecht tegen de partituur in plaats van deze te dienen.
  • Vervreemding van het publiek: DNO heeft allang de band met haar eigen, deskundige achterban verloren door opera ‘as is‘ volledig in de ban te doen, waardoor het publiek de toegang tot de eigen muzikale en culturele wortels op alarmerende wijze is ontzegd.
Regietheater
De perskaart gereduceerd tot vrijkaart

Dit principiële conflict heeft geleid tot een nog voortdurende nieuwe ijstijd, met op de ijsvlakte een (zelf betaald) tochtig hutje voor Opera Gazet en een riant door de belastingbetaler gefinancierd paleis voor DNO, peperduur advocatenkantoor included. Tussen de ijsvlaktebewoners bestaan spanningen. DNO gooit daarbij al haar machtsmiddelen in de strijd;  De Nationale Opera is de enige instelling ter wereld is die weigert persfaciliteiten aan de recensenten van Opera Gazet te verstrekken vanwege onze ongezouten kritiek. Wij zijn niet alleen de luidste criticus van het Regietheater in Amsterdam, maar ook het symbool geworden van het verzet tegen een ideologie die een dwaalweg is ingeslagen.

Ons wordt wel een esthetisch-conservatief veto verweten. Voor ons is het concept van Regietheater inherent fout, en die overtuiging heeft niets met “conservatief” maar alles met de ontmaskering van kreupeldenkende, snobistische hupsafladder te maken. Het libretto en de oorspronkelijke historische setting zien wij als onwrikbare wetten. Zodra een hoetelwerkige regisseur bij DNO een opera naar de moderne tijd verplaatst of abstract maakt, krijgt de productie van ons een negatief stempel.

Wij zien dwalende regisseurs als Calixto Bieito of Dmitri Tcherniakov, regelmatig op de thee bij DNO, als indringers die de nalatenschap van de componist gijzelen voor hun eigen politieke agenda. Een  felle, polemische toon, een steekhoudend verwijt van de nieuwe bourgeoisie, is daarbij bij uitstek op z’n plaats.

 

Ten slotte raden wij u aan:  “Wacht nu maar rustig af en laat uw vakantie -voor zover u die in een of andere vorm genieten kunt- vooral niet in de war sturen door een nieuwe zenuwachtigheid.”

Olivier Keegel

Posts from overseas
5 2 votes
Article Rating
Olivier Keegel

Editor-in-Chief

Chief Editor. Does not need much more than Verdi, Bellini and Donizetti. Wishes to resuscitate Tito Schipa and Fritz Wunderlich. Certified unmasker of directors' humbug.

No Older Articles
No Newer Articles
Subscribe
Notify of
guest
0 Comments
Newest
Oldest Most Voted